Sociale Clausules In Brussel

Maak van uw openbare aanbestedingen hefbomen voor professionele inschakeling !

Juridische rubriek

Juridische rubriek – De nieuwe federale wet inzake overheidsopdrachten: wat zijn de veranderingen?

HET FEDERAAL PARLEMENT HEEFT OP 12 MEI VAN DIT JAAR EEN NIEUWE WET AANGENOMEN DIE BETREKKING HEEFT OP OVERHEIDSOPDRACHTEN EN ENKELE VERBETERINGEN INHOUDT DIE VOORTVLOEIEN UIT EEN RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT UIT 2014.

In 2014 heeft het Europees Parlement een nieuwe richtlijn betreffende de overheidsopdrachten aangenomen. De herziening van de richtlijn kadert volledig in de “Europa 2020-strategie, Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei”. Overheidsopdrachten zijn immers “één van de marktinstrumenten die kunnen worden ingezet om een slimme, duurzame en inclusieve groei te bereiken en tegelijkertijd overheidsmiddelen zo efficiënt mogelijk te besteden” (zie punt 2 onder “overwegende hetgeen volgt” van de richtlijn 2014/24/EU).

Het Europees Parlement heeft uitgebreid over deze richtlijn gedebatteerd, onder meer over thema’s als de sociale diensten, de sociale criteria en het voorbehouden van overheidsopdrachten aan bepaalde soorten operatoren.
Uiteindelijk heeft deze richtlijn een aantal verbeteringen opgenomen, zoals de uitbreiding van het principe van het voorbehouden van een opdracht aan de sociale-inschakelingseconomie, de verplichte verdeling in percelen en de mogelijkheid om in het kader van de gunningscriteria keurmerken te gebruiken.

De lidstaten dienden deze tekst vervolgens vóór 30 april 2016 in nationale wetgeving om te zetten.
Op 12 mei 2016 heeft het federale parlement de nieuwe wet inzake overheidsopdrachten goedgekeurd. Deze wet integreert de verschillende verbeteringen voorgesteld door de Europese richtlijn.

Voorbehouding voor de sociale-inschakelingseconomie

Terwijl dit vroeger alleen mogelijk was voor overheidsopdrachten die onder de drempel voor Europese bekendmaking bleven, kunnen nu ook overheidsopdrachten die boven deze drempel komen, worden voorbehouden aan “ondernemers die de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten of kansarmen tot doel hebben”, m.a.w. de sociale-inschakelingseconomie. Dit voorbehoudingsprincipe is nog steeds van toepassing op de sociale werkplaatsen en de entreprises de travail adapté, en dit voor opdrachten onder en boven de Europese bekendmakingsdrempel.

We vermelden eveneens dat de definitie van ondernemers die de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten of kansarmen tot doel hebben, naast de statutaire finaliteit van socioprofessionele inschakeling, ook de verplichting inhoudt om ten minste 30% werknemers uit de doelgroep in dienst te hebben (dit is een verandering ten opzichte van de wet van 26 maart 1999, waar dit 50% was. Dit percentage van 30% ligt in dezelfde lijn als de erkenningsvoorwaarden voor inschakelingsondernemingen in Brussel, waar ook minstens 30% van de tewerkgestelde werknemers tot de doelgroep moet behoren).

Gunningscriteria

Op het vlak van de gunningscriteria stellen we ook een aantal verbeteringen vast. Zo kan de aanbestedende overheid voortaan keurmerken gebruiken om de gunningscriteria van goederen of diensten met specifieke milieu-, sociale of andere kenmerken te bepalen en te beoordelen. Aan deze “keurmerken” wordt een volledig artikel gewijd (art. 54). Dit is een grote verbetering, aangezien dergelijk gebruik op zich tot op heden niet toegelaten was (men diende de criteria van het keurmerk in het bestek over te nemen).

Dit gebruik wordt evenwel gekaderd. Het gebruik van een keurmerk in de gunningscriteria is immers alleen mogelijk op voorwaarde dat de voorschriften voor het keurmerk verband houden met het voorwerp van de opdracht en dat het keurmerk door een onafhankelijke instantie wordt toegekend.

Uitvoeringsvoorwaarden

De verankering van sociale-uitvoeringsvoorwaarden wordt zowel in de nieuwe richtlijn als in de omzetting op Belgisch niveau bevestigd en verstevigd. Zo stelt de wet dat deze uitvoeringsvoorwaarden verband kunnen houden met “economische, innovatie- of milieugerelateerde dan wel sociale of arbeidsgerelateerde overwegingen.”
De memorie van toelichting van de wet somt vervolgens een aantal voorbeelden op: de stimulering van de gelijkheid van mannen en vrouwen op het werk, de integratie van kansarmen op de arbeidsmarkt (“werkclausules” of “opleidingsclausules”), de bescherming van de gezondheid van de werknemers, milieubescherming, de naleving van de basisverdragen van de IAO (Internationale Arbeidsorganisatie) enz.

Verschillende punten die gunstig zijn voor de sociale-economiebedrijven

De richtlijnen bevatten een aantal verbeteringen op het vlak van de verdeling in percelen. Waarom is dit belangrijk voor de sociale economie? Door de opdracht in verschillende percelen te verdelen, die elk aan verschillende operatoren kunnen worden toegewezen, zouden zko’s en kmo’s, en dus sociale-economiebedrijven, gemakkelijker toegang moeten krijgen tot overheidsopdrachten.

Een volledig hoofdstuk van de wet wordt gewijd aan de sociale diensten en andere specifieke diensten.
Dit hoofdstuk beschrijft de speciale regels die voor dit type diensten kunnen worden gevolgd.

Een ander punt dat ook een belangrijke invloed op de sociale-economiebedrijven kan hebben, is ten slotte dat de drempel van overheidsopdrachten van beperkte waarde (die via een aanvaarde factuur tot stand kunnen komen) werd opgetrokken van 8.500 naar 30.000 euro.

De goedkeuring van de wet is echter maar een eerste stap in een groter proces. Alvorens de wet in werking kan treden, moeten de wet en de nodige uitvoeringsbesluiten nog bekendgemaakt worden in het Belgisch Staatsblad.

Sébastien Pereau,
ConcertES