Sociale Clausules In Brussel

Maak van uw openbare aanbestedingen hefbomen voor professionele inschakeling !

Goede praktijken

GOEDE PRAKTIJKEN – Brussel Mobiliteit

BRUSSEL MOBILITEIT WIJST MEER DAN 250 OVERHEIDSOPDRACHTEN TOE PER JAAR, MET ALLE MOGELIJKE PROCEDURES, ZOWEL IN DE KLASSIEKE SECTOREN ALS IN DE SPECIALE SECTOREN. MET TELKENS EEN ETHISCHE DENKOEFENING DIE ERAAN VOORAFGAAT.


Mevrouw Malevez, u bent de verantwoordelijke van de dienst Overheidsopdrachten en Contracten bij Brussel Mobiliteit. Welke waarden primeren er wanneer u een strategie kiest om een overheidsopdracht te gunnen?

Wat in de eerste plaats telt, is uiteraard de strikte toepassing van de wetgeving: transparantie, onpartijdigheid, mededinging. Daarnaast willen we altijd rekening houden met alle delen van de Brusselse bevolking in de inrichtingswerken die wij aansturen. Met meer dan 250 overheidsopdrachten per jaar kunt u zich inbeelden wat voor uitdaging dat vormt. We trachten dit in goede banen leiden via reflectiegroepen, onder andere over de toegankelijkheid voor personen met een beperkte mobiliteit, enz. Eenmaal per maand zitten de voornaamste directies samen met ons juridische kantoor opdat de problematieken van alle gebruikers in aanmerking worden genomen wanneer er over de volgende bouwplaatsen wordt beslist. We houden eraan in synergie te werken en bij alle soorten inrichtingen de samenhang te bewaken.


250 overheidsopdrachten, dat is een ferme economische hefboom. Op welke manier trachten jullie dat ten bate te doen komen van de ZKO’s en KMO’s en de lokale tewerkstelling?

Over het algemeen spreken we van zeer grote bedragen, wat ons a priori weinig toegankelijk maakt, maar we doen wat er binnen ons bereik ligt om dat te verbeteren. Helaas is de verplichting om opdrachten in percelen op te delen voor ons redelijk ingewikkeld om toe te passen, wegens de waarborgen die wij moeten eisen door de aard van de werken die wij bestellen.

Onze grote opdrachten zijn in hoofdzaak dienstenopdrachten, 75% Belgisch en 25% met Europese bekendmaking. Bij werkenopdrachten komen we aan hogere bedragen. Maar omdat we op de openbare weg werken, worden al onze onderhoudsopdrachten als dienstenopdrachten bestempeld, waarbij bepaalde specificaties weliswaar als werken worden bestempeld. Dus we kunnen van de ondernemingen niet eisen dat ze een erkenning moeten hebben om te kunnen inschrijven, maar we eisen wel dat ze tegemoetkomen aan de erkenningscriteria voor de klasse die overeenstemt met het initiële bedrag. We willen binnen redelijke erkenningsklassen blijven, daarom schrijven we verlengbare opdrachten uit. Over het algemeen zijn het tamelijk langlopende opdrachten (gemiddeld 4 jaar) en als we ons op het totale bedrag zouden baseren, zouden ZKO’s en KMO’s de facto uitgesloten worden.

Prozaïscher gezegd eisen we van de inschrijvers dat ze kunnen bewijzen dat ze snel kunnen optreden, en dat ze kennis hebben van het dichtbebouwde stadsmilieu zoals dat zich in het Brusselse Gewest presenteert. Ook worden al onze opdrachten zowel in het Nederlands als in het Frans gepubliceerd. We hopen op die manier te vermijden dat buitenlandse bedrijven inschrijven.

Tot slot werken we momenteel aan modelbestekken, om het werk te vergemakkelijken voor de aanbesteders en de inschrijvers, die zo steeds met dezelfde modellen geconfronteerd zullen worden en makkelijker de inlichtingen die ze zoeken zullen terugvinden.


Welk advies zou u daarom geven aan ZKO’s en KMO’s om zich op uw opdrachten te positioneren?

In ieder geval moedigen we hen aan om zich aan te bieden als onderaannemers bij onze inschrijvers, om zo toegang te krijgen tot stukken van bouwplaatsen die ze aankunnen.

Maar meer algemeen raden we de ZKO’s/KMO’s sterk aan zich in te schrijven op het platform eprocurement. Een omzendbrief verplicht ons immers ook de onderhandelingsprocedures zonder bekendmaking te publiceren. Daardoor zijn ze voor iedereen toegankelijk op voorwaarde dat men ingeschreven is in de Europese database maar ook op de Belgische toepassing free market. Algemeen gesteld zou ik hen zeggen dat ze zich zeker en vast moeten inschrijven op de publicatieplatformen.


Besteden jullie bijzondere aandacht aan de sociale impact van jullie opdrachten (inschakeling en integratie van doelgroepen die ver van tewerkstelling en opleiding staan)?

Absoluut. In al onze overheidsopdracht schenken we, naast de sociale, ethische en milieuclausules, grote aandacht aan de toegankelijkheid voor personen met een beperkte mobiliteit of met kinderwagens, aan de uitdagingen van gendermainstreaming bij het ontwerpen van mobiliteitscircuits, enz.

We reserveren overheidsopdrachten in verband met onderhoud van de wegomgeving, groene ruimtes, enz. Omdat er intussen een groot aanbod is vanuit sociale ondernemingen willen we ook opdrachten voorbehouden wat betreft het bussen van drukwerk. Voor een grote opdracht voor het onderhoud van de wegomgeving, hebben we al van bij het opstellen beslist er verscheidene opdrachten van te maken in plaats van één grote opdat de opdracht toegankelijker zou worden voor maatwerkbedrijven.

Nu we de modellen voor onze bestekken aan het herwerken zijn, letten we erop dat we er alle wijzigingen in opnemen die ingevoerd werden door de omzendbrief die op 1 januari van kracht wordt. We hopen op die manier opportuniteiten te kunnen bieden aan mensen met minder kansen.


Hoe kijkt u tegen de sociale clausules aan?

Tot op heden lijkt het erop dat we de sociale clausule op te weinig beroepen toepassen, wat de aannemers in de problemen brengt. We werken samen met Actiris om de lijst met beroepen die onder de sociale clausule kunnen vallen uit te breiden. We mikten op technische beroepen en verwaarloosden de dienstenberoepen. Ik hoop dat we dat nu verhelpen.

Ik ben ook zeer aandachtig voor de middelen die we ons kunnen verschaffen om, op het niveau van de uitvoering, te kunnen controleren of de sociale clausule wordt toegepast. Enkel het gunningsstadium volstaat niet. Persoonlijk vind ik trouwens dat de bedrijven het spel van de sociale clausules correct spelen. Ik heb nog geen weet van bedrijven die ze trachten te omzeilen. En ik heb nog geen enkele leidende ambtenaar horen klagen over een bedrijf dat geen inspanning deed.

Voor de aannemers daarentegen is de inschakelingsclausule lastig: zij hebben een resultatenverplichting, die het voor hen moeilijk maakt laagcompetente mensen in dienst te nemen. De aannemers zeggen wel echt enthousiast te zijn om mensen op te leiden, iets wat gelukkig aangemoedigd wordt door de nieuwe omzendbrief.