Sociale Clausules In Brussel

Maak van uw openbare aanbestedingen hefbomen voor professionele inschakeling !

Focus op sociale ondernemingen

Cannelle Traiteurdienst

Voor deze eerste editie stelt directeur Pascale Desrumaux voor Cannelle, een PIOW (plaatselijk initiatief voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid) actief in de horecasector.

Pascale, van bij de start bent u zeer nauw betrokken bij Cannelle. Waarom werd deze onderneming in 2001, toen al een pionier in socioprofessionele inschakeling, opgericht?

Cannelle is ontsproten uit een ISPI (instelling voor socioprofessionele inschakeling), de Cobeff, die een kwalificerende opleiding aan vrouwen biedt die ver verwijderd zijn van werk. Onder hen vinden we mensen terug op wie de structuur helemaal niet was afgestemd: onder andere zij die reeds een kwalificerende opleiding hebben gevolgd, zij die reeds beroepservaring hebben in de sector, maar nood hadden aan omkadering om na een onderbreking opnieuw het juiste pad te nemen, of nog laaggeschoolden die niet zonder werk konden blijven en voor wie het statuut van onbezoldigde stagiair niet geschikt was. Zonder de jongeren te vergeten die ontmoedigd zijn door de school en voor wie een opleiding niet de juiste springplank was.

De onderneming werd dus op basis van deze ISPI opgericht. Aangezien het statuut ervan toen nog niet was erkend, was dit ongezien. In 2004 ontvingen we de splinternieuwe Brusselse erkenning als PIOW. Tien jaar later stellen we vast dat we hetzelfde publiek blijven aanspreken. Onze intuïtie in het begin zat dus goed!

Als PIOW (plaatselijke initiatieven voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid) wordt Cannelle voor 45% gesubsidieerd (tegen 98% subsidies voor een ISPI of 70% voor een Atelier de Formation par le Travail). Deze subsidies dekken voor een deel ons omkaderingswerk (4 opleiders voor 18 werknemers, regelmatige opleidingsmodules gedurende dewelke commerciële activiteiten zijn opgeschort enz.) en bieden ons de kans om meer aandacht te besteden aan deze opdracht i.p.v. aan ons concurrentievermogen en om toch binnen de marktprijzen te blijven. De meeste werknemers werken met het statuut “artikel 60” en worden ter beschikking gesteld door de OCMW’s. U moet weten dat ze in het begin weinig productief zijn. We leiden ze op en zodra ze productief zijn, verlaten ze de onderneming.
Uiteindelijk hebben gemiddeld 55% tot 60% van de mensen die via onze structuur hebben gewerkt een job gevonden of hebben ze hun studies hervat. Dit is een zeer bemoedigend cijfer.

Cannelle bestaat uit twee afdelingen: een restaurant en de traiteurdienst ?

We zochten naar twee beroepen die elkaar aanvullen en zo een interessante synergie bieden: voor onze werknemers, die automatisch in deze twee afdelingen werken, is de opleiding zo rijker gevuld. Bovendien kan het ene team het andere team bijstaan wanneer het druk is. Dit verhoogt duidelijk onze productiviteit!

De traiteurdienst wordt natuurlijk het meest gevraagd door het publiek. Hierbij stellen we trouwens een belangrijke evolutie vast: tien jaar geleden ontvingen we geen enkele offerteaanvraag. In 2013 hebben we zo’n 15 aanvragen ontvangen. Een beroep doen op de sociale economie past in de waarden van de aanbesteders.

We verwerken natuurlijk gerichte bestellingen, maar we hebben ook al opdrachten voor een langere termijn binnengehaald. Zo hebben we bijvoorbeeld de keuken van de FGC van 2003 tot 2009 in beheer gehad. Meer recent hebben we een opdracht bij de gemeentelijke administratie van Sint-Gillis binnengerijfd waarbij onze traiteurdienst als exclusieve leverancier voor alle diensten zal optreden. In dit kader zullen we 2 tot 3 leveringen per week hebben.

Over het algemeen schenken we zeer veel aandacht aan transparantie in onze offerte. We weigeren met een forfait te werken, ook al zou dit voor ons eenvoudiger en sneller zijn. Al onze offertes worden per post in detail opgesteld opdat onze klant exact weet wat en waarvoor hij betaalt. Dit laat ook ruimte toe om de kosten voor elke post apart te bespreken indien de offerte boven het budget ligt. Het is duidelijker en transparanter. In dezelfde lijn rekenen we enkel de drank aan die daadwerkelijk werd gebruikt. Ongeopende flessen worden teruggenomen.

Wat zou u aan de aanbesteders willen zeggen? Welke punten zouden de toegang tot de markt vergemakkelijken?

Als we onze offerte indienen, gaan we een verbintenis aan. Als we gekozen worden, moeten we deze nakomen. Dit betekent dat we tussen de indiening van een offerte en de betekening van de opdracht geen werk mogen aannemen dat tijdens de diezelfde periode zou moeten worden uitgevoerd. Als we een interessanter aanbod zouden moeten afwijzen omdat we tijdelijk niet beschikbaar waren, is dit loonverlies. Daarom aarzelen we steeds meer en meer om een offerte in te dienen voor opdrachten met gerichte prestaties. Idealiter zouden de aanbesteders de overlegtermijn zo kort mogelijk moeten maken, maar ook de voorkeur geven aan kaderovereenkomsten waarmee voor een bepaalde periode prestaties exclusief kunnen worden toegewezen.
Bovendien zou het voor ons heel interessant zijn om feedback te krijgen wanneer een offerte niet werd gekozen. Zoals ik al zei, besteden we veel zorg en tijd in het opstellen van onze offertes. Het zou een zekere “return on investment” zijn wanneer de aanbesteder de tijd zou nemen om zijn keuze toe te lichten. Zo kunnen we onszelf verbeteren en leren we onze positie op de markt beter kennen.

Laurence Plumier, SAW-B